De activiteiten van onze vereniging hebben ten doel, het voort laten leven van de Alevietische cultuur en het bijdragen aan de toenadering en verdraagzaamheid tussen allochtonen van verschillende afkomst en autochtonen in Zaanstad en omgeving.

 

Het ontstaan van het Alevitisme:

Wie zijn de Alevieten? Door de eeuwen heen hebben de Alevieten verschillende benamingen gekregen door de orthodoxe (soennitische) meerderheid van de moslims, zoals Tahtacı, Abdal, Çepni, Shia Kızılbaş, enz. Tegenwoordig worden ze in Turkije ‘Alevi’ genoemd. Net als in Turkije vormen de Alevieten, na de Soennieten, de op één na grootste religieuze stroming onder de Turkse inwoners in Nederland.

Een volger van het Alevitisme (Turks: Alevîlik) wordt ‘Alevi’ genoemd, wat ‘volger van Ali’ betekent. Hiermee wordt imam Ali ibn Abu Talib mee bedoeld, het neefje en schoonzoon van de Profeet Mohammed ibn Abdullah (vrede zij met hem), de stichter van de Islam. Het woord ‘ibn’ betekent ‘zoon van’. De imam wordt dus letterlijk ‘Ali, zoon van Abu Talib’ genoemd. Ali is de enige persoon ooit die in de Kaaba is geboren.

Centraal in het Alevitisme staat het geloven in Allah-Muhammed-Ali:

1. Geloven dat er maar één God bestaat en geen andere god is dan Allah; (Allah = Arabisch voor God)
2. Geloven dat Mohammed Zijn Laatste Boodschapper en dienaar is en de ontvanger van het Woord van God: de Koran;

3. Geloven dat Ali door God is uitgekozen om de opvolger van Mohammed te zijn als kalief, wali (Turks: veli) en eerste imam van de 12 imams.

Zo nu en dan zijn er mensen die, vanwege onjuiste informatie of kwade intenties,  het Alevitisme bestempelen als iets anders dan het geloof dat uitgevaardigd werd door de Profeet Mohammed (vrede zij met hem), de laatste Boodschapper van God en Zegel der Profeten. Zij claimen eerst dat het Alevitisme niet echt een geloof is, maar een levenswijze of volksreligie dat uit zichzelf zou zijn ontstaan en vervolgens een mix zou zijn met andere geloven. Hier is echter niks van waar en dit soort uitspraken worden gedaan met de achterliggende gedachte om de Alevieten te assimileren. Hier zullen we later dieper op ingaan en uitgebreid weerleggen.

De waarheid is dat het Alevitisme niets anders is dan Islam en dat Alevieten alles verwerpen wat in tegenstrijd zou zijn met de religie gepredikt door de Profeet Mohammed (vzmh) en de Heilige Koran dat aan hem werd geopenbaard.

In het geheel, dient men te begrijpen dat het Alevitisme geen aparte religie is dat haaks tegenover de Islam staat en dat het ook niet vergeleken dient te worden met de Soennitische stroming binnen de Islamitische gemeenschap qua praktisering en Koran-interpretatie. Alevieten beschouwen zichzelf ook als de volgers van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem).

Echter, binnen het Alevitisme gelooft men erin dat de beste manier om de Islam en de Profeet (vzmh) te leren kennen via zijn familie is, die zijn meest naaste metgezellen waren en opgroeiden in de atmosfeer van goddelijke openbaringen. Deze familie staat bekend als de ‘Ahlalbayt’ (Turks: Ehlibeyt), wat letterlijk ‘Mensen van het Huis’ betekent en verwijst naar het huishouden van de Profeet Mohammed (vzmh). Men zou dus kunnen zeggen dat het Alevitisme even oud is als de Islam.

De Alevieten beschouwen zichzelf als volgers van de Koran en Ehlibeyt (de familie van de Profeet). De Ehlibeyt bestaat uit vijf personen: De Profeet Mohammed (vzmh) zelf, zijn dochter Fatima, zijn neefje en schoonzoon Ali, en de kleinkinderen van de Profeet: Hasan en Hüseyin. Ali was dus getrouwd met Fatima, de dochter van Mohammed (vzmh) en Moeder van alle gelovige Alevieten.

Ook volgens het Alevitisme is de Heilige Koran de belangrijkste en onaangepaste bron van de Islam en dit wordt nogmaals bevestigd door belangrijke figuren in het Alevitisme, zoals de 12 imams, Haci Bektas Veli, Pir Sultan Abdal, enz. Al deze figuren zijn van de Ehlibeyt-bloedlijn en ook in hun boeken (de ‘Makalat‘ van Haci Bektas Veli en de ‘Imam Cafer-i Sadik Buyrugu‘) worden termen binnen het Alevitisme aan de hand van Koran verzen uitgelegd.

De Koran verklaart de puur- en reinheid van de huisgenoten van de Profeet, de Ehlibeyt als volgt in hoofdstuk 33, vers 33:

” O huisgenoten, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken.”
Turks (Yasar Nuri Ozturk vertaling):
“Allah sizden kiri/lekeyi gidermek istiyor ey Ehlibeyt, sizi tam bir biçimde temizlemek istiyor.”

Alevieten en andere moslims:

Waarin verschillen de Alevieten ten opzichte van andere moslims? Het antwoord op die vraag is vrij helder. Het eerste verschil tussen Alevieten en Soennieten begint bij de kwestie van opvolging van de Profeet Mohammed (vzmh). In de tijd van de Profeet bestonden er namelijk geen Soennieten of Alevieten, maar was de hele moslimgemeenschap één.

Het verschil begon bij het aanwijzen van een kalief na de dood van de Profeet.

(kalief = opvolger, plaatsvervanger, leider van de moslimsgemeenschap.)

Binnen het Soennisme gelooft men erin dat mensen zelf hun leider mogen kiezen na de Profeet en wordt Abu Bakr (Turks: Ebu Bekir) als eerste kalief gezien. Vervolgens wordt Omar (Ömer) als tweede, en Uthman (Osman) als derde kalief gezien. Alevieten accepteren deze drie niet als kalief en zien Ali ibn Abu Talib als eerste kalief. Zij geloven erin dat de leiderschap binnen de Ehlibeyt dient te blijven.

(Ter verduidelijking: een kalief is dus géén profeet. Mohammed was de Laatste Profeet.)

Volgens het Alevitisme is de status van opvolging en kaliefschap van de Profeet een heilige en verantwoordelijke functie dat enkel en alleen door Allah aangewezen dient te worden net als bij de voorgaande Profeten, en niet door de onwetende mensheid.

Een persoon die deze aanwijzing krijgt toegewezen door God, wordt de Imam genoemd. De eerste Imam die door God werd uitgekozen via de Profeet was Ali ibn Abu Talib (vrede zij met hem). Na Ali waren er elf andere leden van de Ehlibeyt (familie van de Profeet) die voor deze heilige status werden uitgekozen. In totaal waren het er dus 12 imams, net als de voorgaande Profeten Mozes (vzmh) en Jezus Christus (vzmh) ook hun 12 apostelen/discipelen hadden.

De eerste imam, Ali ibn Abu Talib, wordt door de Alevieten ook wel Hz. Ali of imam Ali genoemd. De term ‘Hz.’ is een afkorting van het woord ‘Hazret-i’, wat ‘excellentie’ betekent, een titel dat uit respect voor veel belangrijke figuren in het geloof wordt gebruikt.

Hz. Ali was het neefje en de schoonzoon van de Profeet Mohammed (vzmh) en volgens het merendeel van de Islamitische geleerden de meest wijze, zelf offerende, geleerde, moedigste en meest naaste metgezel van de Profeet (vzmh). Hz. Ali was de eerste man die het geloof Islam accepteerde en Mohammed (vzmh) volgde, en was nooit van hem gescheiden.

In het laatste levensjaar van de Profeet Mohammed (vzmh), kwamen hij en zijn metgezellen bij elkaar bij een plaats dat Ghadir Khumm (Turks: Gadir Hum) werd genoemd. Hier wees hij Ali aan als zijn opvolger in de aanwezigheid van een grote groep moslims.

Voor deze gebeurtenis refereerde de Profeet Mohammed (vzmh) al meerdere malen naar deze kwestie. (Zie bijvoorbeeld de ‘hadith of ghadir khumm’) Ook kondigde de Profeet hier aan dat hij 2 belangrijke dingen achterlaat voor de mensheid: De Koran en zijn Ehlibeyt, en dat die twee niet gescheiden dienen te worden van elkaar om dwaling te voorkomen. (Zie ‘hadith of the two weighty things’. Volgens de meeste soennieten zou hij Koran en Sunna gezegd hebben, maar dit ontkennen de Alevieten. Het feit dat hij Koran en Ehlibeyt heeft gezegd is namelijk ook in veel authentieke soennitische bronnen te vinden.)

Bovendien staken de intellectuele, spirituele en religieuze eigenschappen van Hz. Ali zo ver uit boven de andere metgezellen dat hij het meest geschikt was om de opvolger van de Laatste Profeet te zijn als kalief. Helaas werd dit na de dood van Mohammed (vzmh) verhinderd vanwege politieke geschillen tussen de toenmalige stammen, wat voorkwam dat Ali officieel kalief en leider van de Moslims werd.

De scheiding Sunni – Alevi begon echter niet hier. Ondanks het feit dat er al onderlinge geschillen begonnen te ontstaan over wie de gerechtigde kalief is, bleef de eenheid in de moslimgemeenschap min of meer bestaan. Een groep dat bestond uit de meest rechtvaardige metgezellen en helpers van de Profeet (vzmh) bleven trouw aan Ali en waren trots dat ze hem volgden. Zij geloofden er namelijk in dat dat de Wil van God was en dat Hij dat via Zijn Profeet duidelijk had gemaakt. Ondanks het feit dat de volgers van Ali de andere kaliefen van hun tijd niet als kalief erkenden, protesteerden ze hier niet openlijk op tegen. Dit deden ze om een onderlinge ruzie of strijd tussen de Moslims te voorkomen.

Deze volgers van Ali werden later ook wel ‘al-Alawiyya’ (Alevi) of Shīʻatu ʻAlī (volgers van Ali) genoemd. Men zegt dus ook dat het Alevitisme ‘begon’ in het jaar 632, direct na de dood van Mohammed (vzmh). Hoewel de hedendaagse Alevieten en Sjiieten zich beide als ‘volgers van Ali’ beschouwen, verschillen ze tegenwoordig veel qua praktisering. Hier komen we later op terug onder het kopje ‘Tasawwuf’.

25 jaar later, na het kaliefschap van de soennitische kaliefen Abu Bakr, Omar en Uthman, keerden alle Moslims weer terug bij imam Ali en kozen ze hem uit als hun leider en kalief.  De scheiding tussen Sunni en Alevi zou pas officieel na de gebeurtenis van Karbala en de moord op imam Hüseyin, de kleinzoon van de Profeet zijn ontstaan.

De periode waarin imam Ali kalief was, was zonder twijfel het meest perfecte en verheven voorbeeld van hoe een kalief hoort te zijn. Gerechtigheid, trouw en waarheid stonden hoog in het vaandel. Een feit wat geen een historicus kan ontkennen. Alevieten zijn er dan ook trots op om te zeggen dat Ali hun leider, kalief, imam en ‘wali’ (Turks: veli) is. Het kaliefschap van Ali was echter van korte duur (ongeveer vijf jaar) en stopte tegelijk met zijn dood.

Alevieten geloven dat na Ali, elf van zijn nakomelingen de opvolgers en kaliefen van de Profeet werden en samen met Ali de ‘Twaalf Imams‘ vormen.

Hun namen zijn als volgt:

1. Ali ibn Abu Talib               (Ali)

2. Hassan ibn Ali                   (Hasan)

3. Hussein ibn Ali                 (Hüseyin)

4. Ali ibn al-Hussein                         (Ali Zeynel Abidin)

5. Muhammad ibn Ali           (Muhammed Bakir)

6. Ja’far ibn Muhammad      (Cafer-i Sadik)

7. Musa ibn Ja’far                 (Musa-i Kazim)

8. Ali ibn Musa                      (Ali Riza)

9. Muhammad ibn Ali           (Muhammed Taki)

10. Ali ibn Muhammad        (Ali-ül Naki)

11. Hassan ibn Ali                (Hasan-ül Askeri)

12. Muhammad ibn Hassan (Muhammed Mehdi)

Aan hun namen is al af te leiden dat elk volgende imam de zoon van de vorige imam was, met uitzondering op de derde imam Hüseyin, die de jongere broer van de tweede imam Hasan was.

Deze twaalf imams, twaalf leiders of twaalf wijzen zouden ook zijn voorspeld door de Profeet Mohammed (vzmh) in een hadith (overlevering) dat ook in soennitische bronnen te vinden is (hadith of the twelve successors).

Alevieten geloven erin dat alleen de Ehlibeyt en deze 12 imams in staat waren om de Koran juist uit te leggen.

 

Haji Bektash Veli & Tasawwuf:

Wie is Haji Bektash Veli? Uit de Velayetname volgt het volgende verhaal ter introductie:

Nadat Lokman Perende terugkeerde van de bedevaart, kwamen de ‘erenler’ (heiligen) van Khorasan om hun respect te uiten tegenover hem. Toen zij een waterbron zagen vloeien vanuit het midden van de ‘mekteb’, zeiden ze: “Wij zijn hier vele malen eerder geweest en hebben nooit eerder zo een bron gezien.” Lokman Perende antwoorde: “Dit komt dankzij de zegeningen van Hunkar Haji Bektash.” De erenler vroegen: “Wie is deze Hunkar Haji Bektash?” Lokman Perende zei: “Haji Bektash Hunkar is deze geliefde,” en wees naar de jonge Bektash. De erenler zeiden: “Dat is nog een kind. Hoe kan hij in hemelsnaam al een Haji zijn?” Lokman Perende legde toen alle wonderen uit die verricht werden door Haji Bektash Veli en zei: “Toen ik mijn gebed uitvoerde bij de Kaaba, zag ik Bektash daar altijd naast mij bidden. Toen we klaar waren met ons gebed, verdween hij weer.” De erenler zeiden: “Waar zou deze jongeman deze buitengewone capaciteiten vandaan hebben?”

Toen opende Hunkar Haji Bektash zijn gezegende mond en zei: “Ik ben het geheim van de grote imam Ali, die de verstrekker van de hemelse Kawthar rivier is en de Leeuw van Allah, de Keizer van Heiligheid en de Leider van de Gelovigen (Amir al-Mu’minin). Mijn oorsprong en familie bloedlijn is van hem. Al deze wonderen die ik verricht, heb ik geërft en zijn aan mij geschonken door Allah. Niemand dient verrast te zijn door het feit dat dit soort wonderen van mij komen, dit gebeurt allemaal met de Kracht van God.”

 De erenler van Khorasan zeiden: “Als jij daadwerkelijk het geheim van de Shah bent, heeft hij tekenen. Laat deze tekenen aan ons zien en wij zullen geloven.”

De tekenen van Hazret-i Ali waren onder andere: een op smaragd lijkende moedervlek op het midden van zijn gezegende hand. Hazret-i Hunkar Haji Bektash Veli opende zijn heilige hand en aldaar zagen de erenler een moedervlek dat op smaragd leek.
De erenler zeiden vervolgens: “De Leider van de Gelovigen, Ali, had ook een mooie moedervlek dat op smaragd leek op zijn gezegende voorhoofd.” Hunkar Haji Bektash Veli tilde zijn hoed van zijn gezegende hoofd op en ieder zag een goddelijk verlichte moedervlek van een smaragd tint tussen zijn wenkbrauw. Alle erenler smeekten voor vergeving en zeiden: O Derwisj van alle Derwisjen, wij zaten fout.” Ze gaven zich over aan hem en bevestigden: “Dit zijn inderdaad wonderen.”

Qua praktisering verschillen de Alevieten veel met de orthodoxe meerderheid in de Islamitische wereld. Waar andere moslims alleen de sharia (=Islamitische wet) kennen, hebben de Alevieten de ‘4 deuren en 40 treden’: sharia, tariqa, marifa en haqiqa. (Turks: 4 kapi 40 makam; seriat, tarikat, marifet, hakikat). Dit zijn 40 regels die door Haji Bektash Veli vanuit Khorasan naar Anatolië werden gebracht, waarvan elk regel is verbonden aan een vers uit de Koran. Deze 4 deuren zouden van de Ehlibeyt komen en doorgegeven worden door spirituele leiders van de Ehlibeyt bloedlijn.

Deze manier van praktiseren is onderdeel van iets dat ook wel ‘tasawwuf’ of ‘soefisme’ wordt genoemd. Imam Ali wordt binnen bepaalde kringen ook wel de ‘vader van het soefisme’ genoemd.

Tasawwuf dient niet te worden gezien als een aparte stroming, maar juist als de essentie van de Islam: de kern, de mystiek, de diepe, geheime, verborgene (batin) betekenis van de Koran dat enkel door Mohammed (vzmh) en zijn Ehlibeyt bloedlijn uitgelegd kon worden.

Bijna alle Soefi-ordes (tariqat’s) over de hele wereld zien imam Ali als de belangrijkste bron naar de spirituele leer van de Profeet Mohammed (vzmh). Dit zou te maken hebben met het feit dat imam Ali de nummer één student was van Mohammed (vzmh) en met de volgende uitspraak van de Profeet: “Ik ben de stad van kennis/wetenschap, en Ali is de deur ervan!”

Na de 12 imams is Haji Bektash Veli (Turks: Haci Bektas-i Veli) de belangrijkste spirituele leider van de Anatolische Alevieten. Haji Bektash Veli was een 13-eeuwse Soefi-meester en Alevi heilige uit Khorasan. Hij was een ‘sayyid’. Dat betekent dat hij een nakomeling van de Profeet Mohammed (vzmh) en imam Ali was via de 12 imams.  Alevieten beschouwen zich als de hoeders van de leer van Haji Bektash Veli.

Het is geen makkelijke taak om de principes van het pad van Haji Bektash Veli te leren. Het is de taak van de ‘murshid’ of ‘pir’ om deze filosofie van de Islamitische mystiek stap voor stap uit te leggen aan zijn student of volger (talip). Haji Bektash Veli zei: “Zoek de Waarheid” en de grote imam Ali zei: “Spreek de mensen aan op een manier dat zij zullen begrijpen”.

De murshid dient de gelovigen te leiden naar het pad van perfectie (al-Insān al-Kāmil of İnsan-ı Kâmil), en toont hoe zij het licht van het pad van Haji Bektash Veli kunnen bereiken. Ze zullen aan de ‘talip’ liefde voor de Profeet Mohammed en zijn familie (Ehlibeyt of Ahl al-Bayt) inprenten, en ook om liefde voor hun vrienden (tawalla) en afstandelijkheid voor hun vijanden te tonen (tabarra). Dit concept wordt in het Turks ook wel ‘tevella ve teberra’ genoemd.

De Profeet Mohammed zei: “O Allah! Houdt van degenen die van Ali houden, en weest vijandig voor de vijanden van Ali.”

In de Koran, hoofdstuk 42, vers 23 zegt God:

“Dit is het waarover Allah het goede nieuws aan Zijn dienaren geeft, (zij) die geloven en goede werken verrichten. Zeg (O Profeet): “Ik vraag daarvoor geen beloning van jullie, behalve liefde voor de verwanten“. En wie het goede verdient zullen Wij meer van het goede geven. Allah is waarlijk Vergevingsgezind, altijd Waarderend.”

Turks:

Allah’ın, iman edip hayra ve barışa yönelik iyi işler yapanlara müjdelediği, işte budur. De ki: “Ben, buna karşılık sizden, yakın akrabamı/Ehlibeytimi sevmeniz dışında bir ücret istemiyorum.” Kim bir iyilik/güzellik üretirse onun için, o ürettiğine bir güzellik daha ekleriz. Çünkü Allah Gafûr’dur, çok affeder; Şekûr’dur, iyiliğe karşılık verir/teşekkür eder. (Kuran 42:23, vertaling van Yasar Nuri Ozturk).

Imam Ali, die het dichtst bij en meest naaste metgezel van de Profeet Mohammed (vzmh) was, werd het slachtoffer van de vraatzucht en jaloezie van zijn vijanden na de dood van de Profeet. Een groot vijand van imam Ali was Muaviya, de zoon van Abu Sufyan (de vijand van de Profeet Mohammed). Terwijl het merendeel van de moslimgemeenschap helaas positief is over Muaviya en hem ‘Hz. Muaviya’ noemt, beschouwen de Alevieten Muaviya en zijn stam, de Banu Umayya of Omajjaden (Turks: Emeviler) als de vijanden van Ali en daardoor ook als de vijanden van de Islam. Uit dronkenschap van hun eigen ambities en wereldse verlangens, hebben de Omajjaden de familie van de Profeet geprobeerd uit te moorden, de Islam ten val te brengen of aan te passen naar hun eigen meedogenloze regels.

De daden van de Omajjaden of Umayyaden schokten de hele wereld en alle Moslims. Onder degenen die door Yazid (of Yezid), de zoon van Muaviya werden vermoord in Karbala was ook de kleinzoon van de Profeet, Imam Hüseyin. Samen met hem, werden ook 72 van zijn metgezellen vermoord waaronder vrouwen en kinderen. Toen Imam Hüseyin eerder erachter kwam dat de Umayyaden een coup d’état / staatsgreep planden, verliet hij de stad Medina en ging naar Mekka. Om het bloedvergieten te voorkomen, leidde hij zijn volgers vanuit Mekka en ging op weg naar Irak. Ze werden echter achtervolgd door de Umayyaden en in Karbala omsingeld door tienduizenden soldaten. Het leger van Yazid ibn Muaviya (Yezid, zoon van Muaviye) blokkeerde de weg naar het water (de Eufraat) en liet Hüseyin en zijn familieleden en metgezellen dagenlang zonder water. Zo zetten ze Hüseyin onder druk om zich over te geven en trouw te zweren aan de kalief Yezid.

De zoon van de grote imam Ali koos echter liever voor de dood in plaats van het onderwerpen aan een onderdrukker en tiran. Zijn martelaarschap werd een heilige gebeurtenis voor Moslims over de hele wereld voor generaties lang. Ook niet-moslims zoals Mahatma Gandhi, Edward Gibbon, Thomas Carlyle en Charles Dickens raakten geïnspireerd door deze onbaatzuchtige opoffering van imam Hüseyin.

Dit soort gebeurtenissen worden door de murshid herinnert aan de gelovigen om liefde voor de Profeet, zijn familie en de Twaalf Imams op het hart te drukken. De gebeurtenis van Karbala en de opoffering van imam Hüseyin wordt jaarlijks herdacht tijdens de Muharram maand.

Volgers van het pad van Haji Bektash Veli bespreken de bronnen van de mystiek met andere gelovigen door het benadrukken van het Islamitisch concept Tasawwuf, het belang van de heilige Koran en de woorden van de heilige Profeet. Niet iedereen kan de diepte van de filosofie en wetenschap van de Islam begrijpen. Alleen de nakomelingen van de Profeet zijn in staat om de subtiliteiten van tasawwuf waar te nemen. Zoals boven al werd uitgelegd, zei de Profeet Mohammed (vzmh): “Ik ben de stad van kennis/wetenschap, en Ali is de deur / Poort ervan.”

Om het tuin van Islamitisch kennis binnen te komen dient een persoon eerst door het poort te gaan, waarmee de grote imam Ali wordt bedoeld. De Profeet Mohammed zei ook: “Ali is mijn erfelijke opvolger (wasi).”

Deze woorden duiden niet aan op het erven van materiele zaken, maar op de kennis en gezag van de Profeet.

De Profeet zei ook: “O Ali, jij bent voor mij als Aaron ook voor Mozes was, alleen komt er na mij geen nieuwe profeet meer.”

Na de dood van de Profeet, startte Imam Ali de eerste religieuze school, ‘madrasah’, in Medina. Daar begon hij de filosofie van Islam te leren. Na het martelaarschap van Imam Hüseyin in Karbala, bleef de school bestaan. Beroemde geleerden zoals de 4e imam Ali Zeynel Abidin, de 5e imam Muhammed Bakir en de 6e imam Cafer-i Sadik waren leraren op de school. Studenten vanuit de hele moslim wereld kwamen daar om de Islamitische filosofie te leren. De zesde imam Cafer-i Sadik begon met het leren van de mystiek, wat veel leerlingen aantrok. Dit ging eeuwenlang door tot de tijd van onze meester, Hz. Hünkâr Haji Bektash Veli.

De Alevieten, die zichzelf ook als de volgers van Haji Bektash Veli beschouwen, vereren de heilige Profeet, de grote Ali en de Twaalf Imams. Zij geloven dat het pad van Haji Bektash Veli het pad van de grote imam Ali is.

Enkele uitspraken van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) over imam Ali:

“Wie als mij wilt leven en als mij wilt sterven dient zichzelf te verbinden aan Ali.”

“Vrijstelling van het Hellevuur zal komen met de liefde voor Ali.”

“Ali is met de Koran en de Koran is met Ali.”

“Ali is met de Waarheid en de Waarheid is met Ali.”

” De positie van Ali onder de mensen is te vergelijken met Surat Qul Hu Allahu Ahad in de Koran.”

” Wie Noach wilt zien in zijn vastberadenheid, Adam in zijn kennis, Abraham in zijn vergevensgezindheid, Mozes in zijn intelligentie en Jezus in zijn toewijding voor geloof dient te kijken naar Ali ibn Abu Talib.”

“Wie Ali volgt, volgt mij. Wie mij volgt, volgt Allah.”

 

Boeken in het Alevitisme:

De Koran:

Het belangrijkste boek en de basis van het geloof. De lezer die geen Arabisch kan en vraagtekens krijgt bij bepaalde verzen, wordt geadviseerd meerdere vertalingen en visies te raadplegen. Turkse Alevieten hebben vaak een voorkeur naar de vertaling van Yasar Nuri Ozturk of van Mustafa Cemil Kilic, omdat die qua vertaling meer overeen zou komen met de Alevi interpretatie.

Imam Cafer-i Sadik Buyrugu:

Vernoemd naar de 6e imam van de 12 imams. Bevat veel informatie over de praktisering van het Alevitisme zoals het verhaal van de ‘Kirklar Cemi’, over ‘iman’, pirlik, musaiplik, dervislik (derwisjen), tasavvuf, uitspraken van de Ehlibeyt, de 12 imams, enz. Veel termen worden uitgelegd aan de hand van Koran verzen.

Makalat / Velayetname:

Bevat de lessen van Haci Bektas Veli. Ook in dit boek worden veel termen uitgelegd aan de hand van Koran verzen. Bij het kiezen van dit boek dient de lezer echter op te passen omdat er ook een aangepaste versie van dit boek zou zijn waarin niet de 12 imams, maar de 4 kaliefen in staan.

 Tam Hüsniye:

Focust zich op de meningsverschillen tussen sunni en alevi over imam Ali en andere gebeurtenissen in het leven van de Profeet Mohammed.

Ehlibeyt Davasi:

(Engels: Peshawar Nights):

Een oud sunni-shia debat uit de jaren 20 over imam Ali, de Ehlibeyt, de 12 imams, waarin alleen sunni bronnen gebruikt mochten worden. Dit boek is een aanrader voor elke moslim en is ook online te lezen.

Alevilik, Kizilbaslik, Ehl-i Beyt:

Geschreven door sayyid Baki Güngör dede, waarin kort de basis van het Alevitisme staat uitgelegd en hoe het is ontstaan (Turks).
Nahjul Balagha:

Boek dat de gebeurtenissen, brieven en uitspraken uit het leven van imam Ali ibn Abu Talib bevat. Dit boek is ook in het Engels te bestellen onder de titel: Peak of Eloquence.
Kitab al-Kafi

Boek dat zowel door Sjiieten als Alevieten wordt gelezen en geschreven zou zijn in de tijd van de 12e imam Mehdi. Dit boek zou verdeeld zijn in 3 delen:
1. Usul al-Kafi (Turks: Usul-u Kâfi): dat zich uitgebreid bezighoudt met de principes van het geloof;
2. Furu al-Kafi: bevat details in religieuze wetgeving / islamitisch jurisprudentie;
3. Rawdat (of Rauda) al-Kafi: behandelt diverse religieuze aspecten en bevat uitspraken van de 12 Imams.

Dit waren slechts enkele voorbeelden van boeken in het Alevitisme.